
Mijn terugkeer
Er was een tijd dat ik vooral wist hoe ik door moest gaan.
Hoe ik aanwezig kon zijn voor anderen.
Hoe ik kon dragen.
Hoe ik kon functioneren.
Maar niet hoe ik in mijn eigen lichaam kon blijven wanneer het spannend werd.
.
Mijn lichaam stond altijd aan.
Ik was alert. Altijd aan het scannen.
Bang om alleen te zijn.
Bang in het donker.
Slapen voelde onveilig.
Zolang ik met de ander bezig was,
hoefde ik niet bij mezelf te zijn.
Ook in intimiteit was ik er niet echt.
Ik was aanwezig, maar tegelijkertijd afgesloten.
Alsof mijn lichaam niet volledig van mij was.
Ik voelde veel. Maar zonder bedding.
Dus ik hield mezelf in.
Paste me aan.
Ging door.
Van buiten klopte het.
Van binnen leefde ik op spanning.
Tot het moment kwam waarop ik niet meer om mezelf heen kon.
Ik was 38.
En ik voelde het met alles in mij:
zo kan het niet langer.
Mijn grenzen vervaagden.
Mijn lichaam liet me niet meer wegkomen.
En ergens wist ik:
als ik nu niet ga luisteren, raak ik mezelf kwijt.
Dat was het moment waarop alles kantelde.
Niet omdat het ineens beter werd.
Maar omdat ik niet meer weg kon.
Toen ik bij een energetisch therapeut terechtkwam, gebeurde er iets wat ik niet met mijn hoofd had kunnen bedenken.
Het voelde alsof ik de sleutel van een kluis terugvond waar ik zelf al die tijd buiten had gestaan.
Wat volgde was geen lichte periode.
Het was rauw.
Intens.
Soms overweldigend.
De zwaarste tijd van mijn leven. Maar ook de meest echte.
Wat zichtbaar werd, was niet nieuw.
Mijn lichaam droeg het al die tijd al.
Het misbruik uit mijn vroege jeugd kwam niet als verhaal.
Het kwam rauw.
Intens.
Met boosheid.
Met verdriet.
En tegelijk met een helderheid die ik niet kon ontkennen.
Alsof dingen op hun plek vielen.
Alsof er iets van me afgleed wat ik al die tijd had gedragen.
En hoe intens het ook was, ik kon het dragen.
Niet alles tegelijk.
Niet te veel.
Maar precies in het tempo
dat mijn lichaam aankon.
Mijn terugkeer was geen herstel. Ik hoefde niets te repareren.
Niet opnieuw te beginnen.
Ik moest leren blijven.
Niet om ergens doorheen te gaan. Maar om laag voor laag te herinneren wie ik ben
wanneer ik mezelf niet langer verlaat.
Ik ging zakken.
Ademen.
Voelen.
Blijven.
Soms zacht.
Soms rauw.
Maar echt.
Nu
Ik leef in mijn lichaam.
Niet perfect.
Maar aanwezig.
Mijn grenzen zijn voelbaar.
Mijn adem beweegt.
Ik kan aanwezig zijn
zonder mezelf kwijt te raken.
Ik leef niet meer als een flat line.
Ik voel.
Ik draag geen geheim meer.
Ik draag mezelf.
Wat mijn werk draagt
Mijn werk komt niet uit theorie. Het komt uit wat ik ben tegengekomen
en ben blijven voelen.
Ik werk niet volgens een protocol.
Ik werk in afstemming.
Met het lichaam als ingang.
Ik vertraag waar jij gewend bent om door te gaan.
Ik blijf waar jij de neiging hebt om weg te gaan.
Niet omdat ik weet wat er moet gebeuren.
Maar omdat jouw lichaam dat al weet.
Ik bied geen oplossing.
Geen stappenplan.
Ik bied een plek waar je niet meer hoeft te verdwijnen wanneer het voelbaar wordt.
Als je dit leest
en iets in jou herkent
wat je niet langer wilt negeren…
dan is dit precies
waar mijn werk begint.