
Over mij
Er was een tijd dat ik vooral wist hoe ik door moest gaan.
Hoe ik aanwezig kon zijn voor anderen. Hoe ik kon dragen. Hoe ik kon functioneren. Maar niet hoe ik in mijn eigen lichaam kon blijven wanneer het spannend werd.
Mijn lichaam stond altijd aan. Ik was alert. Altijd aan het scannen. Bang om alleen te zijn.
Bang in het donker. Slapen voelde onveilig.
Zolang ik met de ander bezig was, hoefde ik niet bij mezelf te zijn.
Ook in intimiteit was ik er niet echt. Ik was aanwezig, maar tegelijkertijd afgesloten.
Alsof mijn lichaam niet volledig van mij was.
Ik voelde veel. Maar zonder bedding.
Dus ik hield mezelf in.
Paste me aan.
Ging door.
Van buiten klopte het. Van binnen leefde ik op spanning.
De eerste barsten
De eerste barsten in die flatline ontstonden toen ik moeder werd. Met de geboorte van mijn eerste zoon kwam er iets mijn leven binnen waar ik niet omheen kon.
Liefde.
Niet de liefde die ik kon begrijpen of bedenken. Ik voelde haar.
Anderhalf jaar later werd mijn tweede zoon geboren en werd die beweging nog sterker. Ik wist toen niet dat daar iets in mij in beweging was gekomen. Dat begreep ik pas veel later. Maar de flatline begon barsten te vertonen.
Tot ik niet meer om mezelf heen kon.
Jaren later kwam het moment waarop ik niet meer verder kon zoals ik altijd had gedaan. Ik was 38. En ik voelde het met alles in mij: Zo kan het niet langer.
Mijn grenzen vervaagden. Mijn lichaam liet me niet meer wegkomen. En ergens wist ik: Als ik nu niet ga luisteren, raak ik mezelf kwijt. Ik kon niet langer om mezelf heen.
In die periode kwam ik ook met andere mensen en andere manieren van kijken naar het leven in aanraking.
Een wereld die tot dan toe eigenlijk niet de mijne was.
En zo kwam er ook een energetisch therapeut op mijn pad. Toen ik daar terechtkwam, gebeurde er iets wat ik met mijn hoofd niet had kunnen bedenken.
Het voelde alsof ik de sleutel van een kluis terugvond waar ik zelf al die tijd buiten had gestaan.
Wat volgde was geen lichte periode.
Het was rauw.
Intens.
Soms overweldigend.
Het seksueel misbruik uit mijn vroege jeugd kwam naar boven. Niet als een keurig verhaal dat ik kon begrijpen en ordenen. Maar met boosheid. Met verdriet. Met alles wat het in mij raakte.
En tegelijk was er een helderheid die ik niet langer kon ontkennen. Dingen begonnen op hun plek te vallen.
Wat ik zo lang bij me had gedragen, kreeg eindelijk woorden.
Nu
Ik kies voor het leven. Met alles wat zich daarin aandient.
De pieken én de dalen. Liefde en verlies. Plezier, verdriet, vuur, verlangen en alles wat daartussen beweegt.
Ik leef het liefst zoveel mogelijk in het hier en nu. Niet omdat ik nergens meer bang voor ben, nooit meer twijfel of altijd precies weet wat goed voor me is. Dat is niet zo.
Ik kom mezelf nog steeds tegen. Ik schiet nog steeds weleens in een oud patroon. En soms zie ik dondersgoed wat ik aan het doen ben en lukt het me op dat moment toch niet om iets anders te doen.
Maar ik raak mezelf daarin niet meer eindeloos kwijt. Ik kan terugkomen. Naar wat ik voel. Naar wat voor mij klopt. Naar de ruimte die ik in mag nemen en de stem die ik heb.
En steeds vaker vertrouw ik erop dat ik niet alles van tevoren hoef te weten of onder controle hoef te hebben.
Ik vertrouw mezelf. En ik vertrouw het leven steeds meer.
Dus ja, ik dans. Ik lach keihard. Ik kan ergens volledig van aangaan. En ik heb verdriet. Ik word geraakt. Ik heb mijn dalen.
Het één hoeft van mij niet meer weg om het ander te kunnen leven.
Geef mij die pieken en die dalen maar. Ik heb lang genoeg in een flatline geleefd.

Wat ik meeneem
Alles wat ik onderweg ben tegengekomen, heeft bijgedragen aan de vrouw die vandaag tegenover je zit. Niet alleen de opleidingen die ik heb gevolgd of alles wat ik heb geleerd over het begeleiden van anderen.
Ook mijn eigen leven. Mijn eigen zoeken, voelen, vallen, opstaan en steeds opnieuw ontdekken wat het voor míj betekent om mezelf werkelijk mee te nemen in mijn leven.
Ik heb zelf ook aan de andere kant gestaan. Mogen ervaren hoe het is om begeleid te worden, geraakt te worden en soms iets tegen te komen waarvan ik niet wist dat het er zat.
Dat alles neem ik mee in mijn werk. Niet als blauwdruk voor jouw weg. Maar als onderdeel van wie ik ben wanneer ik tegenover je zit.
Want wanneer jij bij mij binnenstapt, gaat het niet over mijn verhaal. Dan gaat het over jou.
En als onze wegen elkaar daar een stukje raken, loop ik met je mee.